Meer informatie over recente optredens :
Romantiek in de Fortkerk Norman de Palm Cultureel Cafe Centraal stond de ontwikkeling van kunstenaar Norman de Palm als filmmaker, schrijver en producent. Uitgangspunt daarvoor zijn de vijf films die hij heeft gemaakt: Desiree, Almacita de desolato, Ava & Gabriel, Papa’s Song en Zulaika. Films die en dat is minder bekend - heel wat awards gewonnen hebben. “Ik wil het proces beschrijven hoe je inhoudelijk tot een film komt. En hoe je van bijvoorbeeld toneelstukken een film maakt.” Ook daarbij putte De Palm uit eigen ervaring want hij heeft tien toneelstukken geschreven. Het bleef niet bij vertellen. Norman de Palm heeft trailers laten zien van de vijf films. Daarnaast waren er boeken en posters van de verschillende festivals waar zijn producties te zien waren. Evelien Sipkes Cultureel Cafe Evelien kondigde haar avond als volgt aan: “Ik ga vertellen over structuren en texturen zoals die in de natuur ontstaan. Het boeiende vind ik dat al die structuren, ook al ontstaan ze op natuurlijke wijze, voldoen aan wiskundige wetmatigheden. De combinatie van de strakke formules en de amorfe groei (verandering) van natuurlijk materiaal boeit mij het meest. Ik zie dat in koralen, bloemen, boomschors, rotsen, etc. etc. Uit die beelden haal ik mijn inspiratie voor mijn sieraden.” Misschien is er ook nog tijd voor “overgangen van en contrasten tussen hard en zacht materiaal, beweging tussen de verschillende onderdelen, de uitstraling van (misschien ongebruikelijke) materialen, mijn behoefte om altijd alles door te zagen om te zien wat daar binnen in zit.” |Harry Moen Cultureel Cafe Harry Moen vertelde over de zangkunst op het eiland en liet zien hoe soms 'waardeloze' voorwerpen gebruikt kunnen worden als muziekinstrument. Dankzij het geweldige optreden van zijn Grupo Serenada bleef het niet bij een verhaal maar konden de aanwezigen ook horen wat hij bedoelde. Ricciotti’s Barbulètè Tournee Een soliste om te zoenen, een repertoire met een Caribisch tintje en zo’n zestig optredens in het verschiet: het Ricciotti ensemble gaat op Barbulètè Tour door Nederland, Curaçao en Aruba. Van 30 juli tot en met 3 augustus geeft het straatsymfonieorkest zo’n vijftien optredens op Curaçao. De van oorsprong Curaçaose zangeres Izaline Calister komt de groep jonge musici versterken. Ieder jaar organiseert Ricciotti een tournee die zich niet alleen in Nederland, maar ook in het buitenland afspeelt. Dit jaar werd gekozen voor de Antillen en Aruba. In alle uithoeken van het Koninkrijk zal het orkest te horen zijn. De groep van eenenveertig talentvolle musici neemt dat letterlijk: het doel is om symfonische muziek op plekken te brengen waar je die normaliter niet hoort. Daarin is Ricciotti uniek. Het orkest is te horen in gevangenissen en verpleeghuizen, maar ook op de markt en langs het voetbalveld. Tijdens de Barbulètè Tour zal het orkest zo’n zestig optredens geven, waarmee de speciale band tussen Nederland en de Antillen positief onder de aandacht gebracht wordt. Niet alle optredens zullen openbaar zijn. Ricciotti streeft er echter naar dat ook sociale instellingen hun deuren openstellen voor publiek van buiten. Alle optredens zijn vrij toegankelijk en een feest voor iedereen. Izaline Calister Zangeres Izaline Calister is geboren op Curaçao, maar gaat tegenwoordig als Grunningse door het leven. Die twee gezichten zijn ook te horen in haar formidabele stem: iedere jazzklassieker krijgt door haar interpretatie een exotisch tintje. Ze heeft het voorkomen van een diva, maar staat steevast blootsvoets op het podium. Haar talent en charisma werden bij de presentatie van haar eerste cd al erkend: enkele Edison-nominaties en nummer-1 hits op Curaçao waren het resultaat. Inmiddels reist Izaline met haar band de hele wereld over en is ze in Nederland een graag geziene gast op de grote podia. De stap van het Concertgebouw naar een dorpsplein of TBS-kliniek lijkt misschien groot, maar is voor haar simpel: ze weet in iedere zaal, hoe groot of klein ook, een intieme sfeer te creëren. Dat mensen die anders nooit in staat waren een optreden van haar mee te maken nu wel bereikt worden, in Nederland en op de eilanden, verheugt haar enorm. Repertoire Iedere tournee wordt er een fonkelnieuw repertoire samengesteld. Ricciotti speelt veel klassieke muziek, zoals werk van Strawinsky, Mozart en Dvořak. Daarnaast staat er muziek op het programma die aansluit bij de tropische bestemming van de tournee: o.a. Piazolla, Belafonte en Blasini. De Wals Curaçao van Maduro ontbreekt niet en speciaal voor de Barbulètè Tour werd een piratenmedley gearrangeerd. Met Izaline staan nummers van Toon Hermans, Sergio Mendez en George Gershwin op de lessenaar. Maar liefst vier stukken beleven deze zomer hun wereldpremière: de Antilliaan Randal Corsen schreef Abundansha; Derek Bernel componeerde Hot zone en Death by retail is van Maarten Ornstein. Dirigent/artistiek leider Gijs Kramers is verantwoordelijk voor de muziek én choreografie van Oopsala. Ricciotti Een optreden van het Ricciotti, met of zonder Izaline, is een belevenis. Het in 1970 opgerichte orkest, voornamelijk bestaande uit conservatoriumstudenten, is de belichaming het ideaal “kunst de straat op”. Dat streven is springlevend: de liefde voor wat deze jonge musici doen, is op hun gezichten te lezen. Iedere luisteraar wordt gegrepen door de charme van het orkest, de veelzijdigheid van de muziek en de kwaliteit van de uitvoering. Geen strakke pakken, uitgestreken gezichten en uitgekauwd repertoire: dit orkest doet alles anders. Zo speelt het orkest staand, is het in staat om binnen drie minuten op te stellen en treedt het minstens drie keer per dag op. Het record staat op twaalf. Ricciotti geeft drie tournees per jaar. Tijdens iedere tournee worden optredens op de gekste plekken gegeven. Besloten optredens zijn meestal in (jeugd)gevangenissen, asielzoekerscentra, ziekenhuizen, psychiatrische inrichtingen, etc. Openbare optredens vinden plaats op straat, in het winkelcentrum of in het park. Hoe dichter het orkest bij het publiek komt, hoe beter. Daarom zal Ricciotti niet snel op een podium staan. Ricciotti gaat voor de overval, de verrassing. Wie het orkest toevallig op z’n weg tegenkomt, zal het niet snel vergeten.
Gekozen is voor de opening van het programma met de tweede uit de twaalf fluitsonates van Händel. In de drie Romances van Schumann die hierop volgen, is het solo instrument niet altijd een fluitist. Het is soms een hobo, maar de romances kunnen ook worden gespeeld door een strijkinstrument of een klarinet, en uiteraard een dwarsfluit. Emile Pessard ontving in 1866 op 23-jarige leeftijd de begeerde Prix de Rome. Hij was daarna nog 50 jaar een respectabele componist, maar bleef vrij onbekend. Van hem speelt het duo een kort stukje, “Andalouse”. Beroemder en zeer gevierd als organist en componist was Charles Marie Widor, die César Franck in 1890 opvolgde als hoofdleraar aan het conservatorium van Parijs. Hij vernieuwde de Franse orgelkunst, componeerde grote orgelwerken, en ook opera’s en toneel-muziek. Van hem speelt het duo uit zijn Suite opus 34, Romance en Scherzo. Bewaard voor het laatst is het fluitconcert nr 2 in D-groot van Mozart, K. 314, in de lieflijke bezetting voor dwarsfluit. Biografie Marianne Hofman en Mayra Kock-Garrido dragen beiden belangrijk bij aan het muziekleven op Aruba als uitvoerend musicus en pedagoog. Fluitiste Marianne Hofman studeerde aan het conservatorium in Zwolle en specialiseerde zich verder in Groningen in het vak muziek in het basisonderwijs. In Aruba, waar zij een kinderkoor heeft opgezet, geeft zij fulltime les op de basisschool. Daarnaast musiceert zij actief als instrumentaliste, onder meer samen met Mayra Kock. Deze is op Curaçao al bekend geworden door optredens van het door haar geleide Ars Nova koor. Zij werd geboren op Cuba, maar woont al meer dan tien jaar op Aruba met haar echtgenoot, de bekende gitarist Edwin Kock. Mayra Kock studeerde piano en koordirectie aan het Instituto Superior de Arte in Havana, waar zij na 1985 zelf docent werd, en dirigent van het koor van het instituut. Op Aruba is zij lerares aan het Pedagogisch Instituut en heeft zij zich samen met Edwin Kock aan de ontwikkeling van het Ars Nova koor gewijd. Patricia Verhagen Programma Walsen en Tango's zondagmorgen Patricia Verhagen zal zondagmorgen zelf het een en ander vertellen over de composities die in dit programma worden gespeeld. Desondanks toch twee anekdotes van Wim Statius Muller over de gekozen werken van Debussy . “La plus que lente” werd door Debussy in 1910 in Parijs geschreven. De Hongaarse violist Leoni speelde in die dagen in het Carlton Hotel bij de cocktail zigeuner-wijsjes, die bij de dames erg in de smaak vielen. Heel populair was een wals melodie, “La Valse Lente”. Vandaar Debussy’s plagerige “La plus que lente”. “La Puerta del vino” is de beroemde poort in het Alhambra in Granada, die toegang geeft tot de wijngaarde. Debussy ontving van De Falla een briefkaart waarop deze poort was afgebeeld., en Debussy beantwoordde hem met een meesterstuk in het ritme van de habanera. Het stuk is opgenomen in het tweede boek van de Préludes.
Klassieke programma dinsdagavond Over dit programma schrijft Wim Statius Muller: Het programma wordt geopend met het Adagio in b-klein, KV 540 van Mozart, een op zichzelf staande compositie in sonate vorm, waarvan het klankweefsel sterk aan dat van een strijkkwartet doet denken. Het is laat Mozart, heel expressief en emotioneel, en eist van de vertolker een subtiel inlevingsvermogen. In het oeuvre van Rachmaninov volgen de Mélodie en de Polichinelle in de opus 3 serie op de overmatig populair geworden Prelude in cis klein. De Mélodie is lyrisch en charmant, de Polichinelle briljant zoals het een “Punch” betaamt te zijn. Als er over het nationalisme in de Spaanse muziek wordt gesproken, valt eerst de naam van de baanbreker Felipe Pedrell, en daarna die van zijn geniale leerlingen Albeniz, Granados en De Falla, die er voor zorgden dat de wereld met de Spaanse muziek kennis maakte. Wat jonger dan die drie, ook nationalist, maar minder beïnvloed door het Franse impressionisme, was Joaquín Turina. Hij vond ook wel zijn weg naar Parijs, maar studeerde aan de Schola Cantorum en werd een leerling van Vincent d’Indy. Van zijn oeuvre zijn op Curaçao de schitterende Oración del torero in de versies voor strijkkwartet en strijkorkest, en de Rapsodía sinfónica voor piano en strijkorkest uitgevoerd. Turina heeft ook voor solo piano geschreven, zoals de suite Danzas fantásticas en een Sonata pintoresca. Van zijn drie Mujeres españolas worden in het programma twee ten gehore gebracht. Voor de pauze volgen nog van Chopin de prachtige nocturne in Des-dur en een van de grootste werken uit de romantiek, de 4e ballade in f-klein. Alle vier ballades van Chopin behoren tot het meest indrukwekkende dat hij heeft gecomponeerd, maar de laatste is onovertroffen. Ook in wat van de vertolker wordt geëist is deze ballade uit-zonderlijk. Al verhalend laat de componist de intensiteit van de muziek toenemen totdat er een een steeds sneller wordende coda lostbarst, die de speltechniek van de pianist ook nog eens danig op de proef stelt. De grote sonate in Es-dur van Haydn werd in oude edities altijd als eerste afgedrukt. Het is onduidelijk waarom, want de sonate is een van de laatste drie, die in 1794 werden gecomponeerd. Het vastleggen van de chronologie in Haydn’s oeuvre heeft veel en langdurig speurwerk gekost. Het is tenslotte de Nederlandse musicoloog Anthony van Hoboken geweest, die de definitieve catalogus in de jaren vijftig van de vorige eeuw heeft vastgesteld. Zo geeft nu Hob. XVI :52 aan waar in het werk van Haydn deze sonate is ontstaan. Voor Bach kent men de initialen BWV = Bach Werke-Verzeichnis, en voor Mozart KV = Köchel-Verzeichnis, naar de Oostenrijkse plantkundige Ludwig von Köchel die al in de 19e eeuwde de eerste versie van een catalogus samenstelde. De grote Es-dur van Haydn behoort al twee eeuwen tot het vaste concert repertoire. Het werk is totaal Haydn, met verrassende modulaties, geestige voorslagen, een gedragen, onverwacht in E-dur geschreven tweede deel, en een finale met de voor Haydn zo karakteristieke vrolijkheid. Het avondprogramma wordt besloten met een achttal dansen uit het ballet El Amor brujo van Manuel de Falla. Er bestaat van de muziek van het ballet ook een suite voor orkest met continuo. Een aantal van de dansen is door de componist zelf voor piano bewerkt, waaronder de Danse rituelle du feu, waarmee Arthur Rubinstein altijd een daverend applaus binnenhaalde.
Biografie Patricia Verhagen Patricia Verhagen studeerde piano aan het Sweelinck Conservatorium bij Edith Lateiner en Willem Brons. Edith Lateiner, bij wie zij studeerde, is overigens ook de lerares geweest van Rian de Waal, die hier vaak heeft opgetreden en op Curaçao welbekend is. Na het behalen van haar solistendiploma volgde zij masterclasses bij onder meer Sandor Vegh en Vlado Perlemutter. Naast haar solo-carrière trad Patricia Verhagen met orkesten op in een zeer uiteenlopend repertoire dat varieert van Bach tot en met de pianoconcerten van Mozart en Rachmaninoff. Zij treedt veel op in Nederland en Frankrijk en concerteert de laatste jaren regelmatig op de Nederlandse Antillen. Patricia Verhagen maakt deel uit van diverse kamermuziekensembles, waaronder het Kegelstatt-trio Amsterdam waarmee zij een tournee maakte in Singapore en Indonesië en een CD opnam met muziek van Bruch en Reinecke. Zij vormt samen met musici uit het Concertgebouworkest het Aemstel-ensemble dat zich toelegt op een gevarieerd repertoire met verschillende combinaties van instrumenten. Samen met altiste Eileen McEwan voert zij programma’s uit met werken van Russische componisten als Glinka en Shostakowitsch uit dan wel met werken van Franse componisten als Vieuxtemps en Franck. Patricia Verhagen heeft een CD opgenomen met composities voor piano solo van Debussy, Ravel en Fauré rond het thema wind en water. De flamenco CD van Jacco Müller, waaraan Patricia Verhagen haar medewerking verleende, is een goede illustratie van haar veelzijdigheid. Een CD met werken van de onbekende Franse componist Pierre de Bréville is door publiek en pers zeer goed ontvangen. Verder beperkt Patricia Verhagen zich niet uitsluitend tot de moderne piano. Zij heeft zich toegelegd op het bespelen van historische instrumenten, dat geleid heeft tot uitnodigingen bij de ‘Berliner tage für Alte Musik’ en het ‘Festival de Mùsica Antiga’ in Barcelona.
Programma Barok in de Fortkerk 7 november 2007
Leden van projectkoor Viva di Musica: olv Maril Boersema- Leenders Afke Boezewinkel, Ilse Jordan, Bartie Krijger, Ina Gravendeel, Jelleke Praamsma, Piti Mollema, Jeanne Praamsma, Frits vd Cappelle, Frank Felipie, Douwe Boersema, Adrian Fernandes, Jaap Dicke, Tim van den Brink, Jeroen Heuvel, Jaap Roes. Speciale gast: Avery Tracht (bariton) Leden van Musica.orch Viool:Viola Heutger, Marianne Winter, Anthony Richardson, Gracia Greijmans, Martha van Bergen, Elaine Marchena. Jan Boodt hobo, Dennis Aalse trompet Orgel Euwe Zijlstra mmv Dick Huurman register assistent
EUWE ZIJLSTRA, ORGANIST Programma 31 oktober 2007:
EUWE ZIJLSTA Euwe Zijlstra studeerde orgel, docerend musicus orgel, uitvoerend musicus orgel, kerkmuziek en koordirectie aan de conservatoria te Groningen, Alkmaar en Leeuwarden bij onder andere Wim van Beek en Jos van de Kooy. Hij is momenteel organist in de Grote Kerk te Harlingen waar hij het beroemde Hinszorgel bespeelt. Ook is hij werkzaam als organist bij het Groninger Studenten Pastoraat in de Martinikerk te Groningen. Dat orgel is echt wereldberoemd. Verder speelt hij regelmatig op het orgel in Krewerd, dat wereldwijd tot de zeer weinige nog bespeelbare orgels uit de late Middeleeuwen behoort. In het seizoen 2006/2007 geeft hij een aantal concerten op het gerestaureerde concertorgel van De Oosterpoort in Groningen. Euwe Zijlstra treedt ook veel op in het buitenland, onder meer in Engeland, Noorwegen, Australië, de Verenigde Staten,Curacao en Rusland (Omsk), waar hij concerten en workshops geeft. In oorkomende gevallen is hij adviseur voor het orgelbeleid van de gemeente Groningen. Euwe's spelstijl is lichtvoetig, meelslepend en virtuoos.
Programma 25 september 2007
ALAN WEISS, NIET ZOMAAR EEN PIANIST -door Wim Statius Muller- Over de pianist Alan Weiss valt bijzonder veel te vertellen. Hij is Amerikaan, geboren in New York City in 1950, uit Russische ouders die Stalin’s Sowjet Unie wisten te ontvluchten. Zijn eerste muziek instrument was de gitaar, zijn eerste leraar Andrés Segovia, maar leraar en leerling werden het erover eens dat hij voor de piano bestemd was. Toen die beslissing viel was Alan tien jaar oud. Hij werd toevertrouwd aan de hoede van David Saperton, die toen al over de zeventig was en de vorming van beroemdheden als Jorge Bolet, Shura Cherkassky, Julius Katchen en Sidney Foster op zijn naam had staan. Saperton, wiens eigen muzikale instelling en techniek terug te voeren waren naar Busoni en Leopold Godowsky, kon de grondslag leveren aan de muzikale persoonlijkheid van Alan Weiss. De musicus voor wie deze echter de meeste affiniteit heeft gehad, was waarschijnlijk Rudolf Firkusny, de grootste Tsjechische pianist van de 20e eeuw. Bij hem heeft Weiss later aan de Juilliard School gestudeerd. Op 3 juli 1944 speelde Firkusny op Curaçao in de stadsschouwburg. Een recensent voorspelde dat “deze hoog muzikale en virtuoze uitvoering wel lange tijd op ons eiland ongeëvenaard” zou blijven.. De voorspelling kwam niet uit, want Firkusny keerde in 1946 terug en bracht een programma, dat in de woorden van Rudolf Boskaljon “zijn toehoorders als het ware een reis door een wereld van wonderen deed medemaken.” Nu zal men zeggen, “oké, dat was dan Firkusny, niet Weiss.” Wie echter het spel van Firkusny heeft gekend en naast diens opnames ondermeer de CD beluistert die Weiss heeft gewijd aan werken van Charles Valentin Alkan, zal de frappante overeenkomst in muzikale persoonlijkheid en het perfecte toucher niet kunnen missen. Om nu Alan Weiss nader te duiden: hij is in Juilliard gepromoveerd in de musicologie, zijn deelname aan piano concoursen leverde hem in New York de Naumburg Prijs en een Carnegie Hall debuut op, en in Brussel in 1978 de zilveren prijs van het Koningin Elisabeth Concours. Weiss vestigde zich na het Brusselse succes in Europa. Hij heeft zich toegelegd op de pedagogie, onder meer als docent aan het Leuvense Lemmens Instituut en als leraar aan de Hogeschool voor Schone Kunsten in Utrecht. Hij heeft inmiddels al een internationale schare jonge concertpianisten afgeleverd. Kamermuziek beoefent hij met collega’s zoals Martha Argerich, en incidenteel zijn er solo recitals die op verscheidene continenten door kleine groepen bevoorrechte kenners met spanning tegemoet worden gezien. Wikipedia schrijft dat “Alan Weiss is still a best kept secret for a happy few.” Het is ook niet te verwachten dat Alan Weiss een “gewoon” programma brengt. Op de 25e september opent hij met piano variaties op de thema’s van Carl Maria von Weber’s opera Der Freischütz. Bij de componist van deze variaties, Daniel Abrams, heeft Weiss in de 60er jaren op een muzikaal zomerkamp bij Tanglewood les gehad. Hij geeft hoog op van Abrams, en speelt op het programma ook enkele van Abrams’ muzikale impressies van sonnetten van Shakespeare. Hier volgt Abrams het voorbeeld van Franz Liszt, die in de Années de Pèlerinages zijn beroemd geworden muziek bij sonnetten van Petrarca schreef. Dan brengt Weiss een “symfonie” voor piano van Alkan, de wonderlijke tijdgenoot van Chopin en Liszt, wiens muziek vrijwel onbekend is gebleven, en tot de dag van vandaag in professionele pianistenkringen als “onspeelbaar moeilijk” wordt beschouwd. Franz Liszt heeft ooit bekend dat hij als pianist door niemand behalve Alkan zenuwachtig werd gemaakt. De muziek van Alkan heeft voorvechters die vinden dat hij ten onrechte in de schaduw van de andere romantische componisten is blijven staan. Het probleem is dat er te weinig voorvechters zijn die de muziek ook kunnen spelen. Na de pauze speelt Weiss zijn eigen transcriptie voor piano van Bach’s bekende en geliefde orgelprelude en fuga in d-klein, die sedert Disney’s Fantasia een populair begrip is geworden. Het programma wordt besloten met de prachtige sonate in b-klein van Chopin. Van de leerlingen van Saperton schreef de criticus Harold Schönberg dat...”they represent a philosophy in which the piano is less a musical instrument than a way of life”, en van het pianospel van Firkusny schrijft David Dubal: “A Firkusny performance was an experience of undiluted tonal pleasure”, en “when he was totally involved in the music there would be the rarest of occurrences: the merging of the artist with the instrument.” Toen Firkusny in 1946 op Curaçao optrad kreeg het gehoor een onverwacht voorbeeld van wat totale concentratie kan betekenen. Terwijl hij de sonate van Liszt speelde raakte een steen los in het plafond boven het toneel, en viel vlak naast hem met een harde klap op de vloer.Er ging een hoorbare schok door het publiek, maar Firkusny merkte er niets van en speelde rustig door. ALKAN KON ALLES, EN TOCH……- door Wim Statius Muller- Chopin was drie jaar oud, Liszt twee, toen in 1813 een derde piano virtuoos en componist van baanbrekende romantische pianomuziek in Parijs werd geboren. Dit was Charles Henri Valentin Morhange, die bekend werd onder het pseudoniem Alkan. Nu kan bekendheid betrekkelijk zijn en soms kan de vergetelheid er ook voor in de plaats komen. Dit is wat met Alkan is gebeurd. Hij was zes jaar oud toen hij als leerling van Zimmerman, die later ook César Franck als pupil zou hebben, tot het conservatorium werd toegelaten. Alkan’s pianospel werd met de conservatorium prijs bekroond toen hij tien jaar oud was en als tiener was hij al gevierd bij de Parijse intellectuele en artistieke elite. In de jaren dertig kon hij zich een woning veroorloven aan het chique Square d’Orleans dat de bijnaam had van “klein Athene”. Tot Alkan’s goede kennissen behoorden toen Chopin en George Sand. Liszt was een van zijn grootste bewonderaars, en moet ooit hebben gezegd dat hij alleen zenuwachtig werd als hij voor Alkan moest spelen. Maar Charles Morhange was een misantroop, een steeds meer in zichzelf gekeerde gelovige die het liefst alleen was, zich in zijn bijbel en zijn talmoed verdiepte, en in eenzaamheid muziek componeerde die technisch bijzonder moeilijk was en door weinigen ooit zou worden gespeeld. Veel van de muziek die Chopin en Liszt componeerden was voor hun tijdgenoten ook moeilijk te spelen, maar zij traden beiden vaak op en gaven zelf bekendheid aan hun werken. Alkan daarentegen verscheen steeds minder en na de dood van Chopin bijna nooit meer op het toneel. Zijn muziek werd uitgegeven, maar het grote publiek nam er geen kennis van. Nu zijn er altijd wel musici geweest die het voor Alkan’s muziek opnamen, en het waren zeker niet de minsten. Twee voorvechters, beiden jaren jonger dan de componist, waren de dirigent Hans von Bülow, die hem “de Berlioz van de piano” noemde, en de Russische meesterpianist en componist Anton Rubinstein. Deze laatste droeg een van zijn pianoconcerten aan Alkan op. Later heeft ook Ferruccio Busoni op zijn recitals ruimte gemaakt voor Alkan’s muziek, en Busoni’s leerling Egon Petri, die tot op hoge leeftijd de moeilijkste transcripties van Liszt aan kon, was een loyale ijveraar voor de vergeten Alkan. In de zestiger jaren van de vorige eeuw was het de Juilliard student van Olga Samaroff, Raymond Lewenthal, die op zoek ging naar de inmiddels bijzonder moeilijk te vinden muziek van Alkan, die zijn vondsten instudeerde en deze voor collega-pianisten ten gehore bracht. Lewenthal overleed in 1988, en er zijn ook nu maar weinig pianisten die het aandurven de “onspeelbare” muziek van Alkan uit te voeren. Een dezer is technisch zwaargewicht Michael Ponti, die overigens al over zeventig is. Wie nu echter ook de toorts ter hand heeft genomen is Alan Weiss, de Russisch-Amerikaanse pianist en pedagoog, die op dinsdagavond, 25 september, onder auspiciën van de Curaçaosche Kunstkring en Art in Avila optreedt in La Belle Alliance. Weiss heeft op een CD met grote romantiek en talloze technische hoogstandjes een aantal werken van Alkan ten gehore gebracht. Het pianospel is fascinerend en de muziek is het beluisteren zeker waard, al is niet alles qua inspiratie op hetzelfde niveau als dat van Chopin of van Liszt in diens grootste werken. Alkan’s muziek kan lieflijk zijn, maar vaker is de componist wispelturig, afwisselend speels en uitdagend. Halsbrekende virtuositeit wordt van de vertolker geëist, en vaak is Alkan in zijn harmonieën zijn tijd vooruit, maar zelden bereikt hij in zijn melodiek de genialiteit die vooral voor de muziek van Chopin zo kenmerkend is. In geldnood verscheen Alkan na bijna dertig jaar isolement plotseling in 1874 weer enkele jaren vrij geregeld op het toneel, en wel met evenveel succes als voorheen en met een uitgebreid klassiek en romantisch repertoire. Vincent d’Indy hoorde hem toen spelen en vond zijn spel geniaal en indrukwekkend. Opmerkelijk was wel dat Alkan, die toen zijn compositorisch oeuvre al had voltooid, vrijwel geen eigen composities uitvoerde. Na enkele jaren trok hij zich opnieuw terug. Hij wijdde zich tot zijn dood in 1888 weer aan talmoed en bijbel. Apocrief, maar nog altijd verteld, is het verhaal dat hij bij een poging om zijn talmoed op een hoge plank in de boekenkast te bemachtigen de kast uit balans bracht en door het omvallende gevaarte werd verpletterd. Hij zal in het recital van Alan Weiss in La Belle Alliance te beluisteren zijn in een vierdelige sonate, door hem ‘symphonie’ genoemd, een van zijn sterkste werken dat veel aspecten van zijn persoonlijkheid belicht. Voor de kennismaking met Alkan heeft Weiss hiermee een heel goede keuze gemaakt. Vergelijkingsmateriaal zal er overigens ook zijn, want het heel gevarieerde programma wordt besloten met de sonate in b-klein van Chopin.
MARLON TITRE, GITAAR
Programma 15 juni 2007
Programma 7 maart 2007
VIRGINIE ROBILLIARD & ABRAHAM ABREU
Programma 23 juni 2006
Programma 23 oktober 2005
PAMELA SMITS & WIM STATIUS MULLER
Programma 25 mei 2005
THE ATLANTIC TRIO
Programma 1 mei 2005
Programma 3 en 5 maart 2005 ![]()
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||