Recensies 2005 - 2008
Amigoe, 31 juli 2008, Judith Ramautar De aanstekelijkheid van Ricciotti Dinsdag werden ze nog in een Nederlands weiland overvallen door een hoosbui. Gisteren zochten twee klarinettisten verkoeling in de fontein voor de luchthaven Hato vanwege de hitte. Het Ricciotti Ensemble is gearriveerd en toert de komende week over Curaçao en Aruba samen met Izaline Calister. Gisteren stonden ze voor de grotten van Hato, vanmiddag gaven ze een kinderconcert in La Tentashon. Het optreden van gisteren trok ruim 150 bezoekers van jong tot oud en het was in een woord geweldig. De kracht van het orkest ligt in het enthousiasme. Na een vlucht van ruim negen uur en een optreden voor de pers op de luchthaven was van een jetlag niets te merken. Bij veel musici gingen de slippers uit en werd op blote voeten onder andere arrangementen gebracht uit de film La notti di Cabiria van Federico Fellini, een ouverture van Mozart uit de operette Die Entführung aus dem Serail en een speciale medley van tunes uit (geflopte) piratenfilms. De leden van het orkest springen, zwaaien, buigen en joelen ondertussen mee. Izaline Calister zong Wow'i kariño en had met drie orkestleden het Papiamentstalige refrein ingestudeerd, waarvoor het trio een daverend applaus kreeg. Verder bracht de jazzzangeres het ontroerende Hijo de la Luna, terwijl ook Atardi van George Willems niet kon uitblijven. Kleuter Morris mocht een nummer dirigeren, tot groot vermaak van iedereen. Het Ricciotti speelt voor elk wat wils. Van de jazzversie van Mas que nada tot het tangonummer Oblivion met twee solosaxofonisten. Zelfs de doorgewinterde hater van klassieke muziek moet na het optreden van Ricciotti omgeturnd zijn. Geen enkel optreden van het straatsymfonieorkest dat bestaat uit 40 jonge musici is hetzelfde, net als het repertoire. Het is zó aanstekelijk dat je na afloop die andere nummers ook wilt horen.
Amigoe, 29 april 2008, May Peters Klassiek in de Cariben: otro kos In een concert waarin de fluit als soloinstrument met piano- of basso continuo begeleiding optreedt, is de muziek voorspelbaar licht van aard. De fluit is lieflijk, romantisch, ook virtuoos, maar nooit boos ’ aldus het programmaboekje van het zondagochtend concert onder auspiciën van de Curaçao Kunstkring. De Cubaanse Mayra Kock-Garrido op piano en de Nederlandse fluitiste Marianne Hofman kozen voor een programma door de eeuwen heen, vanaf Händel (begin 18e eeuw) tot de Franse organist Widor (begin 20e eeuw). Ik heb dat vaker gezien als hoofdvakdocent aan het Conservatorium van Puerto Rico. Klassiek in de Cariben es otro kos. Zowel voor de musicus als het publiek. Het lijkt alsof je voor Mozart ook letterlijk het Fingerspitzengefühl moet hebben. De sneeuw in Wenen of Mannheim moet zien vallen. De tinteling in je vingers moet voelen om die frivole lichtheid te kunnen laten horen. Kan dat onder de tropenzon? Reeds bij aanvang van het concert overstemde de open vleugel de akoestische fluit. De halfgevulde zaal voor honderd mensen fungeerde onvoldoende als demper. Het is toch al zo dat piano in Barokmuziek nooit het zachtere klavecimbel is, waar het oorspronkelijk voor bedoeld is. Maar het gekabbel van Sonate nummer 2 van Handel in de piano leek nu meer een autoweg, waarover de fluit van Hofman de weg naar huis moest zien te vinden. Erg jammer dat er geen goede soundcheck is geweest. Hoffman miste geen enkele bocht, elke noot was raak, maar van een plezierrit kon geen sprake zijn door het ontbreken van balans en dynamiek.tussen beide musici. In de Three Romances van Robert Schumann was die balans beter. We zijn dan ook honderd jaar verder. Maar ik miste de romantiek: tijd nemen voor de mooie dingen, zoals de fermates die langer mochten en de overgang naar de verschillende frases langzamer. Ook fraseringstekens mochten veel meer overdreven gespeeld worden, hoewel dat op een fluit natuurlijk minder duidelijker is dan op een trombone. In de Romance and Scherzo van de opvolger van César Franck aan het Conservatorium te Parijs: Charles-Marie Widor was de dynamiek meer uitgesproken. Zo ook de accenten in de melodie op een bedje van de prachtige akkoorden van het impressionisme (eind 19e eeuw). Fluitiste Marianne Hofman speelde elke geschreven noot in de cadens. Maar ik miste de ziel, het drama. Het scherzo speelde men te snel. De fluit verdronk in de frequenties van de piano en de rustpunten konden zo niet worden gebruikt. Gelukkig was daar het korte uitstapje naar Andalouse van de Fransman Emile Louis Pessard. Compleet met Spaanse trillers en voorhoudingen. De mooie volle klank van Hofman in het lage register was een welkome afwisseling. Het leek of Kock -Garrido ook ineens het Spaanse bloed van haar voorvaderen door de vingers kon laten stromen en rust vond. Men doorkruiste drie landen en ging weer bijna twee eeuwen terug voor Concert no.2 in D groot van WA Mozart. De balans was inmiddels beter geworden. Er waren mooie overgangen in klank. En zowaar meer drama in de cadens. De zestiende passages vormden geen enkel probleem voor Hofman, inclusief de typisch Mozartiaanse fraseringen en de grote intervallen. Helaas was dat wel weer ongelijk met de speelwijze van de pianiste. De dynamische grenzen van Hofman breidden zich ook uit. En het voelde vrijer. Jammer, dat de pianiste de verfijndheid miste in haar linkerhand, die zo nodig is bij Mozart. Maar zij bleek herstellende van een peesontsteking. En dat het dan toch goed komt met twee musici uit twee culturen bleek in de toegift.De koordirigent, die gestudeerd heeft aan het Instituto Superior de Arte in Cuba en tien jaar in Aruba woont en de onderwijzeres die twee jaar geleden Nederland verruilde voor Aruba, inclusief de open vleugel en de onversterkte fluit speelden mengden perfect in de wals ‘Soledad’ van de Arubaanse componist Padú del Caribe (Lampe). Dus, ¡muchachas, más música del Caribe, por favor!
Amigoe, 25 februari 2008, Iman Landheer Recital anders dan anders Met zo'n twintigtal bijgezette stoelen paste de vleugel nog maar net in de zaal van La Belle Alliance, alwaar pianiste Patricia Verhagen haar Zondagochtend koffierecital begon. Een recital anders dan anders, dat de wals en de tango door de eeuwen heen belichtte. Een en ander van ruim commentaar voorzien die het geheel een beetje het aanzien van een schoolconcert gaf, maar dat deed niets af aan de muzikale intentie. Sierlijk vertolkte Menuet, Ländler en Walzer van Mozart, Beethoven en Schubert. De romantiek in de wals begon pas echt bij Chopin en Brahms. Van de eerste een wat braafjes vertolkte wals opus 69 nr.1, van de laatste een tweetal wat zwaarmoedig gespeelde walsen uit diens opus 39. Impressionist Debussy was vertegenwoordigd met diens wals "La plus que Lente" , waarna een zeer interessante "La danseuse modaine" van Joachin Turina die met de nodige pianistische vaardigheid een hartelijk applaus ontlokte. Veel succes oogstte (uiteraard ) een tweetal Curacaose walsen: "Dulce Scharlo" van Jacobo Conrad en "Criselda" van Albert Palm. Mij een raadsel waarom Patricia alle herhalingen wegliet. Heel apart vond ik een wals in C van George Gershwin, waarvan ik nooit had gedacht dat die zich nog eens met een driekwartsmaat zou bezighouden. Daarna de beurt aan De Tango, die in de loop der tijden zoveel mutaties heeft ondergaan dat er stukken zijn gecomponeerd die de naam "tango" eigenlijk niet zouden mogen dragen, zoals "Tango" van J.Turina die als Spaanse Tango werd geannonceerd maar die dat nauwelijks is. Muzikaal eruitspringend was "La puerta del Vino" uit het tweede boek Preludes van Debussy. Geen tango, maar het ritme van de Habanera komt wel dicht in de buurt. Welgemeend applaus was er voor "Ferramente" van de Portugese componist E.Nazareth. Ook de Tango Americain van J.A.Carpenter oogstte terecht veel bijval. Was de kleinzoon van de tangocomponisten dan niet aanwezig? Die bleek in de toegift aan de beurt te komen:pp een werkje van Astor Piazolla!
Amigoe, 27 februari 2008, Iman Landheer Na de pauze de bij vele pianisten geliefde Sonate in Es van Haydn. Hier was het alsof een andere Patricia haar plaats had ingenomen....de voorzichtige benadering van het eerste Mozart-adagio maakte hier en nu plaats voor een doorleefde vertolking, prachtig transparant en speels waar nodig, mooi expressief waar nodig. Tien met griffel! El Amor Brujo van De Falla zijn eigenlijk balletten die hier in een pianotranscriptie werden weergegeven. Hier voelt de pianiste zich als een vis in het water. met de juiste intenties werden de diverse stukken vertolkt: de warrige dwaallichtjes van het chanson de feu follet, wat dromeriger le revenant en de angst en schrik uit de danse de la frayeur en als de klok twaalf uur slaat (Minuit) de woeste wilde vuurdans. Wie heeft alle 20 meppen van het E majeur akkoord van het slot meegeteld? Een lieflijke wals van Brahms als toegift werkte als verzachtende balsem.
Amigoe, 8 november 2007, Iman Landheer Met een voordracht van Jiddische liederen deed bariton Avery Tracht van zich spreken. Met begeleiding van twee violen en orgel zong hij een drietal liederen waar Boi Beshalom met zijn lange coloraturen en het virtuoze Hallelujah aller bewondering afriep. Tenor Adrian Fernandes oogstte succes met het bekende I know that my redeemer liveth van Handel en het Grave uit het Stabat Mater van Pergolesi kreeg van de alt Ilse Jordan en sopraan Maril Boersema een gezonde volwassen presentatie. Van dezelfde Pergolesi een allegro moderato voor de altstem van Ilse Jordan en een geestig-puntige orgelbegeleiding van Euwe Zijlstra. Programma’s van amateur-groepen zijn zonder uitzondering onderhevig aan veranderingen, zo ook hier. In plaats van de aangekondigde orgelsolo een werk van Ludwig Krebs voor althobo en orgel, gevolgd door een tweetal trumpet volontary’s van Jeremiah Clark. Vooral de laatsten deden het in de akoestiek van de Fortkerk zeer goed. Na de pauze konden wij kennismaken met het kamerkoor Viva di Musica onder leiding van Maril Boersema. Hoorde ik voor het eerst en het bleek een bijzonder sonoor en muzikaal gezelschap te zijn en met een loepzuiver a capella gezongen Alta Trinita van een anonieme componist uit de 15e eeuw bleek het een alleraangenaamste kennismaking. Zij vormde het hoofdbestanddeel van het hierna volgende complete Gloria van Vivaldi. Geen geringe opgave voor een amateur-groep met ondersteuning van een amateur-orkestje maar zij hebben zich met volle overgave van hun taak gekweten. Heel mooi, het Et in terra pax, stoer en krachtig het canonische Gratias agimus tibi, een ietwat moeizaam Domine Fili en een juichend slot Cum Sancto Spititu. De bomvolle kerk liet duidelijk haar waardering blijken in een langdurig welgemeend applaus, en kreeg van koor, orkest en orgel een smakelijk vertolkte Jiddische Shalom als toegift mee naar huis.
Harmonie Quintett Afgelopen Woensdagavond vond in de Fortkerk een optreden plaats van het Nederlandse Harmonie Quintett: een blazersensemble bestaande uit Oeds van Middelkoop, fluit; Kristin Linde, hobo; Gili Rinot, klarinet; Erwin Wieringa, hoorn en Benjamin Aghassi, fagot. Ik kan niet zeggen dat de publieke opkomst nu bijzonder groot was, en om maar eens met een platitude te komen:de wegblijvers hebben (zwaar) ongelijk gekregen! Wij hebben hier meer blazersensembles op Curacao ontvangen, maar wat was hier nou zo bijzonder aan? Allereerst de instrumenten: copieen van barokinstrumenten. De bruine houten fluit en klarinet van Buxushout, bruine barokhobo, de natuurhoorn (zonder ventielen). De spelers:stuk voor stuk meesters op hun instrumenten, goochelaars met talloze vork- en hulpgrepen, de hoornist die naast de natuurtonen de tussenliggende tonen met z'n vuist in de beker tevoorschijn tovert...een en ander door fluitist en hoornist smakelijk gedemonstreerd en verteld. Met het kwintet opus 88 nr. 1 van de aartsvader van het blaaskwintet: de componist Antonin Reicha, tijdgenoot van Beethoven, werd het programma geopend. De homogeniteit van het samenspel, de individuele prestaties, het schijnbare gemak waarmee dit echt niet zo eenvoudige stuk muziek werd gepresenteerd heeft op iedereen diepe indruk gemaakt. Vibrato wordt nauwelijks gebruikt bij deze instrumenten, en het komt dus aan op pijnlijk nauwkeurige intonaties en eigenschappen van het instrument zelve. En dat alles was boven alle lof verheven! Van Joseph Mengal hierna een kwintet gebaseerd op drie vioolsonates van Mozart. Aan de ene kant wel makkelijk: hoef je zelf niks te bedenken, maar in de uitwerking moet je toch wel tonen iets van compositietechnieken af te weten, en dat wist Mengal maar al te goed. Opvallend vond ik het vrij snelle tempo van het Menuet. Het allegro van de finale één flitsend muziekfeest! Na de pauze (wier einde door een hoornsignaal achter in de kerk werd aangekondigd) het kwintet nr.1 in Es majeur van Peter Müller. Een fris, opgewekt en smaakvol stuk muziek, en dat van een theoloog en pastoor...Vanzelfsprekend even smaakvol door het ensemble gepresenteerd. Als slot het, wat mij betreft meest interressante, kwintet in C majeur opus 79 van August Klughardt. Het is afgelopen met de tot nu toe harmonische braafheid van de reeds gespeelde muziek. Meer gedurfde harmonieën, vrijere expressie: Klughardt heeft zich hierin duidelijk laten beinvloeden door Wagner. Heel mooi die variaties in het andante grazioso, het adagio thema van het laatste deel heel duidelijk Wagneriaans van opzet, beurtelings door ieder instrument gepresenteerd, brilliant allegro molto. Aanstaande Zaterdagavond het tweede optreden van dit bijzondere blazersensemble. Ik ben nu al razend benieuwd naar de twee stukken van Mengal, en zeker naar het kwintet van Franz Danzi!
Het Harmonie Quintett in de Fortkerk Een verheugend groter aantal bezoekers dan drie dagen geleden wist afgelopen Zaterdagavond de weg naar de Fortkerk te vinden, alwaar voor de tweede maal het Harmonie Quintett optrad; het blazerskwintet dat op oude, of copieën van oude blaasinstrumenten speelt. Voor alle volledigheid zijn dat: Oeds van Middelkoop: fluit, Kristin Linde: hobo, Gili Rinot: klarinet, Erwin Wieringa:hoorn en Benjamin Aghassi: fagot. Joseph Martin Mengal was de eerste componist van wie wij Woensdagavond reeds een blaaskwintet hebben gehoord. Hij was degeen die het aan een bestaande componist overliet om hem het muzikale materiaal aan te reiken, en met behulp daarvan zijn parafrases samen te stellen, en dat ongekend knap doet. Het eerste werk met Haydn als achtergrond, was mij onbekend. Het tweede kwintet samengesteld uit een vioolsonate van Mozart. Wederom was er weer die homogeniteit in het samenspel, die evenwichtigheid in de balans die dit ensemble zo siert. Aan de elegantie van het menuet durfde Mengal niet veel te doen, Mozart zelf wist het veel beter en Mengal heeft hier trouw de viool-pianozetting in blaaskwintet-zetting overgebracht. In de finale heeft hij zich meer vrijheden veroorloofd en het Quintett gaf er een ragfijne interpretatie van. Na de pauze voerden alleen klarinettiste Gili Rinot, fagottist Benjamin Aghassi en hoornist Erwin Wieringa een Concert Trio van ene Bernhard Crusell. De naam Potpourri bleek juist gekozen, want af en toe was er geen touw meer aan vast te knopen. Zijn dat nu variaties of thema's met doorwerkingen....in ieder geval: de virtuositeit van de drie spelers in samenspel en solo werd danig op de proef gesteld in dit veeleisende werk. Daarna het andante uit het kwintet nr.2 in D majeur van Wilhelm Mangold. Vermeld dient te worden dat klarinettiste Gili Rinot het manuscript uit 1833 in een bibliotheek heeft gevonden en voor het Quintett heeft uitgewerkt. Een speels en enigszins rhapsodisch werk, natuurlijk even speels en rhapsodisch door het ensemble uitgevoerd. Als laatste een van de beroemdste blaaskwintetten uit de muzieklitteratuur: het kwintet opus 56 in g mineur van Franz Danzi, een componist waar ieder blazersensemble wel een werk op zijn repertoire heeft staan. Als geen ander berheerst Danzi de compositietechniek voor een blazersensemble inclusief gemene loopjes en passages, zoals de fluitsolo in het trio van het menuet. Geen enkele belemmering voor fluitist Oeds van Middelkoop trouwens. Het Harmonie Quintett heeft zich hiermee een daverend slotapplaus van het publiek mee op de hals gehaald en wist zich te bewegen tot een toegift: het scherzo uit het blaaskwintet van August Klughard van afgelopen Woensdagavond.
Balans in het samenspel Het concert dat violiste Virginia Robilliard enige weken geleden had moeten afzeggen, vond afgelopen Vrijdagavond toch plaats in La Belle Alliance, hoewel de pech zich voortzette want nu was haar vaste pianiste verhinderd, maar Abraham Abreu bleek een waardig vervanger, al liet hij zich wel verleiden tot wat fors pianospel. Veel verrassingen bood het programma niet, maar dat is niet belangrijk; want wat Virginie speelt is immer van zeer hoge klasse: streek, volle indringende toon, verbazingwekkende virtuositeit. Wanneer je pas een week met een nieuwe pianist als Abraham Abreu speelt is het natuurlijk even afwachten wat die met de Frühlingssonate van Van Beethoven van plan is, maar het pleit was spoedig beslist en het laatste deel, het rondo klaterde vrolijk juichend de zaal in. Abraham Abreu liet zich vervolgens horen in een tweetal nocturnes van Chopin, en ik moet zeggen dat die voor een beroepsclavecinist- wat hij eigenlijk is-zeer aannemelijk klonken: fraai van toon en vol begrip voor de compositie als zodanig. Met de zes Roemeense Volksdansen van Bartok werd het programma voor de pauze beslecht: de typische flageolettonen van Der Stampfer, de smekende tonen van de Tanz aus Butschum en de woeste Schnell-Tanz, waar de vioolklanken helaas zowat verdronken in het pianogeweld. Na de pauze het hoofdgerecht in de vorm van de derde sonate voor viool en piano van Brahms. Prachtig breed gezongen adagio, maar in het presto had de pianist het helaas te druk met zijn eigen noten en moest Virginie maar zien dat ze meekwam. Maar beiden bereikten op hun manier een zeer hoge klasse van musiceren. De bekende Polonaise opus 4 van Wieniawski is altijd een heerlijk uitsmijter. Virginie liet hier al haar virtuoze eigenschappen de vrije teugel en liet de vonken eraf vliegen. (Abreu ook) Het helaas niet te talrijke publiek werd nog vergast op een beeldschoon jeugdwerkje voor viool en piano van Debussy als toegift. Zondagochtend geven zij nog een koffieconcert, waarbij het programma expres niet bekend wordt gemaakt , maar Virginie zal graag gespeelde en gehoorde vioolmuziek aankondigen.
Het concert dat beiden afgelopen Vrijdagavond in La Belle Alliance gaven, werd op het koffieconcert van Zondagmiddag voortgezet. Programma’s uitdelen bleek niet nodig omdat de te spelen werken door de executanten zelf werden aangekondigd. Veel meer muziekliefhebbers dan Vrijdagavond prefereerden Robilliard-Abreu boven WK Engeland-Equador en lieten zich meevoeren met de klanken die violiste Virginia Robillard neerzette in de Chaconne voor vioolsolo van J.S.Bach waarmee het prgramma werd geopend. Met feilloze intonatie van de moeilijke dubbelgreeptechniek wist zij dit monumentale werk groots en krachtig neer te zetten. Zonder enige adempauze werden de diverse viariaties achterelkaar weggespeeld. Een beetje ademloos eigenlijk. Met pianist Abraham Abreu werd hierna de tweedelige Sonate in G majeur van Mozart gepresenteerd. Misschien vanwege het meerdere publiek was de balans in het samenspel veel beter dan Vrijdagavond. De piano domineerde niet meer en met alle musiceervreugde die de twee spelers tentoonspreidden kreeg deze aanminnige Mozartsonate volop wat hem toekwam. Abraham Abreu liet zich vervolgens als pianosolist horen in een drietal Mazurka’s en een Nocturne van Chopin. Duidelijk is te horen hoe hij van deze muziek houdt, al laten zijn pianistische kwaliteiten ietwat te wensen over, clavecinist die hij van nature is. Violiste Virginia Robilliard speelde hierna haar technisch hoogste troeven uit in een viertal Caprices van de legendarische Nicolo Paganini. Eigenlijk onnodig te vertellen dat zij de zaal hiermee helemaal aan haar voeten legde. Met schijnbaar verbluffend gemak werden de snelle loopjes, dubbelgrepen, flageoletten en wat een violist nog meer in huis moet hebben om deze dingen te kunnen spelen, uitgevoerd. Omdat zij er blijkbaar maar niet genoeg van kreeg, kwam ze als laatste stuk nogeens als een volbloed zigeunerin met de Zigeunerweisen van De Sarasate. Haar viool zong hierin als nooit tevoren! Nog een toegift ook? Vooruit, de Polonaise van Wieniavski.
Franse charme in La Belle Alliance Met indrukwekkende overtuiging en elegante lyriek wist de violiste Virginie Robilliard haar publiek in de zaal van La Belle Alliance tijdens twee concerten vanaf de eerste inzet tot de laatste noot aan zich te binden. De in Caracas wonende française was eerder te gast op dit podium tijdens de jubileum viering van de Alliance Française in 2005 en concerteerde vrijdag en zondag op uitnodiging van de Curaçaose Kunstkring. Robilliard moest het stellen zonder haar vaste begeleidster aan de piano die op het allerlaatste moment verhinderd was (wrang detail: de concerten waren al eerder uitgesteld om dezelfde reden) en zag zich genoodzaakt een beroep te doen op de sympathieke Venezolaanse pianist/clavecimbalist Abraham Abreu. Gezien de korte voorbereiding waren aanpassingen aan het programma onvermijdelijk. Op vrijdagavond werd geopend met de “Frühling” sonate van Beethoven. De pianist concentreerde zich helaas teveel op de robuuste kant van Beethoven en de balans tussen viool en piano had daar sterk onder te lijden in deze juist als “lieflijk” bekend staande sonate. Dat Abreu wel degelijk in staat is om lieflijk te spelen werd duidelijk in de daaropvolgende twee nocturnes van Chopin, lievelingetjes van publiek weliswaar, maar door Abreu prettig en zonder overdreven sentimentaliteit vertolkt. Hierna volgden voor viool en piano de zes Roemeense Dansen van Bartók waar de violiste zich vlammend op uitleefde tijdens de finale was het nog even spannend wie van de twee als eerste de eindstreep zou bereiken maar uiteindelijk tikten ze toch nog gelijk aan. Mocht er in eerste instantie sprake zijn geweest van een wat rommelige samenwerking tussen pianist en violiste dan werd dit na de pauze met aplomb recht gezet. Met name in de Brahms sonate in d-klein werd Robillliard alle rust en ruimte gegund en dit had prachtig vioolspel tot resultaat. Wieniawski’s polonaise tenslotte is niet voor de bedeesden onder de violisten omdat een feilloze techniek gekoppeld dient te worden aan een gedurfde benadering, wil er überhaupt iets van dit stuk terecht komen. Robilliard ging de uitdaging met duidelijk groot plezier en verve aan wat haar na afloop een staande ovatie van het publiek opleverde. Als toegift een bewerking van het dromerige Beau Soir van Debussy. Een mooi, en met name toepasselijk, slot. Op zondagochtend waren de musici opnieuw te beluisteren en wel in een programma dat vooraf was aangekondigd als ‘een potpourri van graag gespeelde en gehoorde muziek’. Wel, Robilliard opende met de Chaconne van Bach, een werk dat vaak gespeeld en maar zelden mooier gehoord wordt dan op dit concert. Een sublieme vertolking! Daarna werd plaats ingeruimd voor de vioolsonate van Mozart in G groot, een korte sonate bestaande uit twee delen. Er werd wat weinig contrast gelegd tussen deze twee delen maar de balans tussen de twee instrumenten was goed. Abreu vervolgde met een drietal mazurka’s en een nocturne van Chopin, duidelijk een componist die zijn voorkeur en bewondering geniet hetgeen te merken was aan zijn spel. De violiste kondigde toen aan dat de duivel het toneel had betreden en wel in de vorm van vier gruwelijk moeilijke stukken van vioolvirtuoos Paganini, luchthartig ‘Capriccio’s’ (wispelturigheidjes) genaamd. Overduidelijk bleek dat er geen aspect van de vioolliteratuur te hoog gegrepen is voor Robilliard; ze kan werkelijk alles en alles klinkt zoals het klinken moet. Het vuurwerk was nog niet afgelopen want het concert werd besloten met de bekende ‘Ziguenerweisen’ van Sarasate. Begeleid door Abreu die er zijn handen aan vol had, zweepte Virginie Robilliard deze zeer tot de verbeelding sprekende zigeunermelodiëen door de zaal voor een steeds enthousiaster publiek. Onvermoeibaar werd onder luid applaus de toegift ingezet: een herhaling van de polonaise van Wieniawski.
Amigoe 24 oktober 2005, Iman Landheer:
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||